Wouters Incasso in Dordrecht

BEGRIPPENLIJST

  • A
    Aanhangig maken – Het starten van een procedure bij de rechter; in een strafproces gebeurt dat door een dagvaarding of een oproep door de offi cier van justitie, in een civiel proces door een dagvaarding door de eiser van de andere partij of een verzoekschrift aan de rechter.
  • Aanhouden – 1. In het strafrecht: het feitelijk vasthouden van iemand die er van verdacht wordt een strafbaar feit te hebben begaan. 2. In een civiele of strafprocedure: het uitstel van de behandeling of de eindbeslissing van de rechter.
  • Absolute competentie – Bevoegdheid van de rechter in bepaalde zaken.
  • Administratieve afhandeling – Procedure om buiten het strafrecht lichte (verkeers-)overtredingen af te handelen.
  • Akte – Ondertekend geschrift dat als bewijs kan dienen.
  • Alternatieve sanctie – Alternatief voor een gevangenisstraf of een boete. Iemand die een taakstraf krijgt, moet onbetaalde arbeid verrichten; iemand die een leerstraf krijgt moet verplicht een bepaalde cursus of training volgen.
  • Appel – Hoger beroep. Wie het niet eens is met een rechterlijke uitspraak kan een nieuwe uitspraak van een hogere rechter vragen.
  • Appellant – Degene die in hoger beroep gaat.
  • Arbitrage – Vorm van geschillenbeslechting waarbij niet de rechter, maar een of meer door de partijen zelf aangewezen scheidsrechters (arbiters) een uitspraak doen.
  • Arrondissement – Rechtsgebied. Nederland is verdeeld in tien arrondissementen.
  • Advocaat – Raadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat moet zijn ingeschreven bij de rechtbank en is ook lid van de Nederlandse Orde van Advocaten.
  • Advocaat-generaal (A-G) – 1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie.
  • Arrest – Uitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad.
B
  • Beëindigingovereenkomst – Overeenkomst (schriftelijk of mondeling) tussen een werkgever en een werknemer dat de arbeidsovereenkomst ophoudt te bestaan.
  • Belofte – Verplichte verklaring van een getuige op de zitting dat hij de waarheid zal spreken. Wie opzettelijk een valse verklaring aflegt, maakt zich schuldig aan meineed.
  • Beroepschrift – Geschrift waarmee een (bestuursrechtelijke) procedure tegen de overheid wordt ingesteld.
  • Beschikking – Een rechterlijke uitspraak in een civiele procedure die begint met een verzoekschrift. Ook: een besluit van een overheidsorgaan.
  • Betekening – Uitreiking van gerechtelijke stukken, zoals een dagvaarding, een oproeping of een vonnis, aan een verdachte of een getuige.
  • Bevoegdheid – De vraag welke rechter de zaak mag behandelen.
  • Bewijs – Een document of stuk dat een standpunt ondersteunt.
  • Bewind – Wie onder bewind wordt gesteld, mag niet meer zelf weten wat hij met zijn goederen doet. Dat doet een bewindvoerder.
  • Bewindvoerder – Persoon die door de rechter is aangesteld om te zorgen voor het vermogen of de goederen van een ander, die wegens zijn fysieke of geestelijke afwezigheid daartoe zelf niet meer in staat is.
  • Bezwaar – Protest van een burger tegen bepaald overheidshandelen.
  • Buitengerechtelijke kosten – Kosten die een persoon maakt om zijn vordering te kunnen innen zonder dat er een rechter aan te pas komt.
  • Belanghebbende – Iemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft.
C
  • Civiel recht – Recht dat gaat over geschillen tussen burgers onderling, tussen bedrijven onderling of tussen burgers en bedrijven. Het civiel recht wordt ook burgerlijk recht of privaatrecht genoemd.
  • Comparitie – Zitting in een rechtsgeding.
  • Comparitie van partijen – Partijen komen persoonlijk bij de rechter om informatie te geven.
  • Compenseren – Verrekening van de proceskosten.
  • Competentie – Geeft aan welke rechter bevoegd is voor welke soort zaak.
  • Curatele – Maatregel van de rechtbank om bepaalde personen en hun omgeving te beschermen. Het gaat dan vooral om personen die aan een geestelijke stoornis lijden, teveel geld uitgeven of alcoholverslaafd zijn.
  • Curator – Persoon die de rechtbank aanwijst om op te treden namens iemand die handelingsonbekwaam is (onder curatele is gesteld).
D
  • Dagvaarding – Oproep om voor het gerecht te verschijnen.
  • Deurwaarder – Ambtenaar die dagvaardingen en andere exploten uitbrengt en zorgt voor ontruimingen, inbeslagnemingen en executoriale verkopingen. Een deurwaarder kan ook optreden als proces- of rolgemachtigde en rechtsbijstand verlenen.
  • Deurwaardersexploot – Geschrift waarin de deurwaarder een vordering bekend maakt en dat aan een persoon wordt gegeven (betekend).
E
  • Eed – Verplichte verklaring van een getuige op de zitting dat hij de waarheid zal spreken.
  • Exploot – Verzamelnaam voor officiële stukken die alleen een gerechtsdeurwaarder kan uit brengen, bijvoorbeeld een dagvaarding.
F
  • Forum – Gerecht, een rechterlijk college.
  • Formeel recht – Regels die aangeven op welke wijze een proces moet worden gevoerd.
G
  • Geldelijk belang – Het bedrag waar het geschil om gaat.
  • Gemachtigde – Procesvertegenwoordiger.
  • Gerecht – Rechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad.
  • Geschillencommissie – Groep van ervaren personen in een bepaalde branche die problemen oplost zonder dat de rechter erbij komt. De geschillencommissies behandelen bijvoorbeeld klachten van consumenten over producten en diensten.
  • Getuige – Persoon die in een gerechtelijke procedure een verklaring aflegt met betrekking tot feiten die bewezen moeten worden.
  • Griffie – Administratieve afdeling van een gerecht.
  • Griffier – Persoon die een verslag maakt van de zitting en de rechter ondersteunt bij het schrijven van een vonnis.
  • Griffierecht – Bedrag dat aan een gerecht moet worden betaald als men een civiele of bestuursrechtszaak start.
  • Gedaagde – In civiel recht: degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht. Tegenpartij van de eiser.
H
  • Hechtenis – Vorm van vrijheidstraf die bijvoorbeeld wordt opgelegd bij overtredingen of bij het niet betalen van een boete.
  • Hoorzitting – Mondelinge, vaak openbare gedachtenwisseling over een rechtsgeschil die vooral is bedoeld om de behandelend rechter nadere informatie te verschaffen.
I
  • Immateriële schade – Schade die veroorzaakt is door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is (in tegenstelling tot materiële schade) niet direct in geld uit te drukken. De vergoeding die wordt uitgekeerd om immateriële schade te vergoeden heet smartengeld.
J
  • Justitiabele rechtzoekende – Verzamelnaam voor wie bij de rechter komt (eiser, gedaagde, verdachte, verzoeker etc).
K
  • Kantonrechter – Alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en civiele zaken onder de € 5000 behandelt.
  • Kort geding – Procedure om in een spoedeisende zaak snel een (voorlopige) beslissing van de rechtbank te krijgen.
  • Kinderrechter – Rechter die strafzaken tegen minderjarigen (12-18 jaar) behandelt.
L
  • Leerstraf – Het verplicht volgen van een cursus of training als alternatieve straf voor jeugdigen. Met de bedoeling er iets van op te steken.
M
  • Mentorschap – Beschermingsmaatregel voor wie niet zelf niet meer voor zijn persoonlijke (niet-financiële) belangen kan zorgen.
  • Mondeling vonnis – Vonnis dat de rechter meteen na de behandeling uitspreekt.
  • Mulder – Procedure om buiten het strafrecht om lichte verkeersovertredingen administratief af te doen.
N
  • Niet-ontvankelijk – Niet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter, bijvoorbeeld omdat een zaak te lang is blijven liggen of omdat de termijn waarbinnen het beroep binnen had moeten zijn, is overschreden. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen.
O
  • Officier van Justitie – Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie heeft de leiding van het opsporingsonderzoek in strafzaken.
  • Onderbewindstelling – Het benoemen van een bewindvoerder voor wie zelf niet meer goed kan zorgen voor zijn eigen financiën.
  • Ondercuratelestelling – Het benoemen van een curator voor wie zelf zijn niet meer goed kan zorgen voor zijn financiële en persoonlijke zaken.
  • Onherroepelijk – Een uitspraak is onherroepelijk als de rechtzoekende geen beroep of cassatie meer kan instellen. De zaak is dan helemaal afgedaan.
  • Openbaar Ministerie – Organisatie die leiding geeft aan het opsporingsonderzoek van de politie en verdachten vervolgt.
  • Oproeping – Dwingend verzoek om voor de rechter te komen als partij of getuige.
P
  • Proceshandelingen – Alle mogelijke rechtshandelingen in een proces.
  • Proceskosten – Griffierechten en een deel van de werkelijk gemaakte kosten voor rechtsbijstand.
  • Proceskostenveroordeling – Bedrag dat de verliezende partij moet betalen aan de winnende partij. Het gaat dan om kosten die gemaakt zijn voor een advocaat en griffierechten.
  • Proces-verbaal – 1. Schriftelijk verslag van wat op rechtszittingen aan de orde is gekomen. 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren.
R
  • Rechtsbijstand – Gefinancierde rechtshulp.
  • Ressort – Rechtsgebied. Nederland is onderverdeeld in vier ressorten, die vervolgens weer zijn onderverdeeld in arrondissementen (10). Elk ressort heeft een eigen gerechtshof. Zie: [[Arrondissement.]]
  • Rol – Een lijst van zaken die op de rolzitting worden behandeld. Op die lijst staat ook welke stukken de partijen moeten uitwisselen.
  • Rolzitting – Soort zitting in civiele zaken. De rechter kijkt op die zitting op de procedures en regels in orde zijn. Ook worden stukken van de partijen uitgewisseld.
  • Rechter-commissaris (RC) – 1. Rechter die het onderzoek naar één of meer strafbare feiten leidt. 2. In faillissementen houdt de RC toezicht op het beheer van de failliete boedel.
S
  • Schikking – Tussentijdse overeenkomst tussen partijen waarmee het conflict is opgelost, voordat de rechter een uitspraak heeft gedaan.
T
  • Tussenvonnis – Vonnis waarbij de rechter geen eindbeslissing geeft, maar bijvoorbeeld een bewijsopdracht of onderzoek beveelt.
  • Taakstraf – Werkstraf of leerstraf.
  • Tenlastelegging – Deel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt.
U
  • Uitvoerbaar bij voorraad – De mogelijkheid om een uitspraak onmiddellijk uit te voeren hoewel de hoofdzaak of het hoger beroep nog niet is afgedaan. Het instellen van beroep heeft in dit geval geen opschortende werking.
V
  • Verlofstelsel – Toets van het gerechtshof om te kijken of een zaak van een kantonrechter voor hoger beroep in aanmerking komt.
  • Verstek – Niet verschijnen van de gedaagde of de verdachte op de rechtszitting.
  • Verstekvonnis – Veroordeling die wordt uitgesproken terwijl de gedaagde of verdachte niet op de zitting is.
  • Vervangende hechtenis – Aantal dagen dat de veroordeelde moet vastzitten als hij zijn boete niet betaalt.
  • Verweer – De verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure.
  • Verzet – Bezwaar tegen een uitspraak dat iemand kan indienen die bij verstek (afwezigheid) veroordeeld is.
  • Vonnis – Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding.
  • Voorlopige voorziening – Een voorlopige beslissing in spoedeisende zaken als voorschot op de eindbeslissing of als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. Bijvoorbeeld de voorlopige regeling bij wie de kinderen verblijven tijdens de behandeling van de echtscheidingsprocedure. Zie: [[Kort geding.]]
  • Verbeurdverklaren – De rechter kan bepalen dat een veroordeelde als bijkomende straf de spullen kwijtraakt die bij hem in beslag zijn genomen.
W
  • Werkstraf – Onbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten e.d. Zie ook: Taakstraf en Leerstraf.
  • Wraking – Verzoek aan de rechtbank om een rechter in een bepaalde zaak te vervangen, omdat hij partijdig zou zijn.
Z
  • Zekerheidsstelling – Bedrag dat betaald moet worden om in beroep te kunnen bij de kantonrechter.

Bron rechtspraak.nl